Historie Zittesje revuu

Al voor de Eerste Wereldoorlog kende Sittard al een ‘Sittische Revue’. In 1910 werd in de toenmalige Marotte Tempel ‘Ober Bayern’ de revuu ‘Wie alle zoo laeve’ opgevoerd. Vanaf 1919 kon men bijna jaarlijks genieten van de Marotte revues. Thuur Laudy, Zef Dullens en Giel Kleinen waren belangrijke tekstschrijvers. Bijzonder geslaagde revues waren ‘Woo ’t em vrink en pitsch’ (1911) en ‘Zitterd wie ’t kriesch en lach’(1919). De voorstellingen trokken in die tijd veel belangstellenden en waren altijd uitverkocht. De prijzen voor de ‘antreekaarten’ waren met fl 2,50 historisch laag.

De periode tot aan de Tweede Wereldoorlog kenmerkte zich met name door de betrokkenheid van Toon Hermans (zie voor de periode 1934 – 1949 ‘De Zittesje revuu en Toon Hermans’). Hij maakte van Sittard een echte revuustad. Vanaf de vijftiger jaren werden in Sittard de revues vervangen door carnavalszittingen. Er waren nog wel eigen ‘buuteredners’ en zangers, maar steeds vaker kwamen deze uit andere delen van Limburg, Duitsland (onder andere Keulen) of Amsterdam (zangers die bekend waren van de radio). De komst van de televisie had de ‘smaak’ van het publiek veranderd. Toch bleef men in Sittard hopen op een ouderwetse, Sittardse revuu.

In 1980 vierden de Marotte Sittard hun 9 x 11 jarig jubileum. Ad Pfennings, voorzitter van het huldigingscomité, greep dit moment aan om de revuu nieuw leven in te blazen. In café ‘de Kup’ werd op 4 december 1979 vergaderd en de revuucommissie werd opgericht bestaande uit Frans Appelmans, Harie en Sjang Bronneberg, Nico Jessen, Jan van Kempen, Jules Paques, Ad Pfennings, Jeun Schelberg en Fernao Schmeits. De commissieleden waren ook de tekstschrijvers en kozen het 99-jarige jubileum van de Marotte als rode draad voor de revuu. De jubileumrevuu werd in februari 1981 opgevoerd. Eddy de Schwartz werd benoemd tot regisseur, Jan de Kort als productieleider en Desiré de Groot kreeg de muzikale leiding toebedeeld. De repetities werden gehouden in de houten keet van het Limburgs Toneel.

Als insteek voor de revuu wordt vaak gekozen voor een politiek of maatschappelijke, actueel en lang spelend onderwerp uit de stad. De revuu lijkt met deze insteek de weg van grote nieuwbouwprojecten ingeslagen te zijn. Na het water in de stadsgrachten (2004), het ziekenhuis (2007) en het kloosterkwartier (2010), speelde de productie van 2013 zich af in en rond het prestigieuze nieuwbouwcomplex ‘De Dobbelsjtein’. Franck van Erven, onder andere bekend van het Streektheater nam de regie voor zijn rekening. In oktober 2012 trapte hij af met twee auditierondes in Theater Netwerk in Leijenbroek om nieuw talent te ontdekken en de kans te geven om mee te doen aan de revuu. Op 13 november werden de rollen bekend gemaakt en gingen de artistieke voorbereidingen voor de nieuwe voorstellingenreeks formeel van start. Franck van Erven: ‘Het regisseren van de revuu zelf heeft vergelijkingen met wat ik normaal doe bij bijvoorbeeld het Limburgs Toneel. De complexiteit zit echter in de combinatie van zang, dans, de kostuums en de grote decors die we gebruiken. Ik omschrijf mijn regiestijl als aanvallend en smijt meteen bij het begin van de voorstelling een bak onzin de zaal in zodat de eerste beginnende buikkrampen van het lachen reeds om vijf minuten over acht waar te nemen zijn’. Naast de regisseur had ook de grime-ploeg een bijzondere uitdaging met het maken van levensechte maskers van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard. De kunstzinnig geschminkte rattenmaskers (die een regelmatig ‘ppsssttt’ over de bühne lieten klinken) alsmede de pruiken van Limburg Hair waren van bijzonder mooie kwaliteit.

Ook deze keer werd in aanloop naar de voorstellingen de Sittardse jeugd actief bij de revuu betrokken. Zo vond er een levend ‘Zitterd erger dich neit’ spel op de Markt plaats. Er volgde een spannende strijd tussen verschillende basisscholen waar ‘de Sjtadsjool’ als uiteindelijke winnaar uit naar voren kwam en met de hele klas gratis naar een voorstelling mocht komen.

De ouverture speelde zich af op het terrein van het in aanbouw zijnde complex waar de aannemer een groep bezoekers rondleidt. Ook de sketch in het Domein waar een damesgezelschap een vrijgezellenavond hield tegen het decor van een expositie van Afrikaanse beelden en de scène in de bontwinkel waren hilarisch. De slotscene speelde zich af in Hogeschool Zuyd waar docent Bronneberg (Cyrille Niël) moeite had om een toespraak uit zijn hoofd te leren. De media schreven positief over de revuu en hebben het dan ook over een ‘wervelende show waar veel te zien, te horen en te lachen valt’. Ook de livebegeleiding van Big Band Beeg onder leiding van Alex Loiacan kreeg een dikke pluim: ‘de live muziek van de Big Band Beeg doet de schouwburg somtijds exploderen’. De Limburger kopt: ‘Midden in het Zittesje leven: een professionele productie gespeeld door vrijwilligers’.

De inspiratie voor de Zittesje Revuu van 2010 is gehaald uit het Sittardse Kloosterkwartier. In 1910 liepen de begijnen rond in het klooster, ruim 100 jaar later worden er gasten verwelkomd in het inmiddels tot luxe hotel omgedoopte en gerestaureerde gebouw. Een overeenkomst bleef echter overeind staan: het Kloosterkwartier stond en staat midden in de Sittardse samenleving. De revuu van 2010 is ook nu weer opgebouwd uit verschillende scènes waarvoor de tekstschrijver Sjef Schurgers zich verdiept heeft in de rijke historie van het gebouw. Een markant gebouw dat een ware inspiratiebron blijkt te zijn. De geschiedenis is vervolgens met wat fantasie gemixt en in een tijdsperiode geplaatst: voor de pauze speelde de revuu zich af in 1910, na de pauze in 2010. Mooie scenes waren onder andere de wijnproeverij en het grote oud & nieuw feest als finale. Bijzonder is tevens dat ‘Kloostergeheime’ met live muziek en live zang is gespeeld. De muzikale slotact van de vorige revuu ‘Zitterd Gelaen lach dich krank’ was zo goed bevallen, dat de Big Band Beeg gevraagd was om nu de gehele revuu van begin tot het einde live te begeleiden en er tevens een muzikale show van te maken.

Ook het decor was een fraai staaltje vakmanschap. De 21-koppige decorploeg stond voor deze editie onder leiding van Leon Beursgens. In samenwerking met Marcel Savelkoul werd het decor ontworpen. De decorploeg werkte vijf dagen per week in de Sittardse optochthal aan de bijzondere decors. ‘Regisseur Cees Rullens heeft het ons deze keer extra moeilijk gemaakt’, aldus Leon Beursgens. ‘Deuren van het decor moesten open gaan, panelen konden verschuiven en hij wilde dat het publiek in de grote kloosterwand ook nog een blik op een klasje kreeg. Het is een waar huzarenstukje geworden’. Naast het maken en inhuizen van de decors in de schouwburg, was de decorploeg ook aanwezig tijdens de voorstellingen om de maar liefst 150 changementen op de juiste momenten te laten plaatsvinden.

Kunstenaar Guus van Eck verwoorde de Zittesje revuu ook deze keer op het doek. Voorzitter Bert van Soest was er wederom bijzonder trots op dat de revuu zo’n mooi affiche in ontvangst mocht nemen. ‘Er komt meer overpeinzing in zijn werk. Waar hij andere jaren met felle kleuren werkte, heeft hij het dit jaar met aardetinten ietwat mysterieuzer gehouden, precies passend bij de stijl van het oude kloostercomplex’. Naast het affiche van Van Eck werd er ter gelegenheid van de Zittesje revuu ook speciaal kloosterbier gebrouwen. De eerste fles gebrouwen ‘Kloostergeheimebeier’ werd overhandigt op 21 september 2010 aan Jan Drummen van hoofdsponsor Laudy. De pr-commissie weet landelijke bekendheid te gereneren voor de Zittesje revuu door meerdere nachten achter elkaar mysterieuze kaarsen op rotondes in Sittard te plaatsen. De regionale pers pikt dit vreemde verschijnsel op, waarna het als snel landelijk nieuws wordt.

‘Zitterd-Gelaen lach dich krank’(alleen de titel al zorgde voor de nodige ‘onrust’) gaat over de verhuizing van het Sittardse ziekenhuis naar Geleens grondgebied. De directeur van het ziekenhuis vindt desondanks dat de opening van het ziekenhuis feestelijk gevierd moet worden en geeft elke afdeling de opdracht om een sketch op te voeren en de ‘Sjpuit in de Bats’-troffee te winnen. Dit leidt tot de nodige hilarische scènes zoals ambulancepersoneel dat in de war is, een Sinterklaas die in het mortuarium terecht komt, een Kikkerprins met mond-op-mond beademing en een kraamafdeling waar de eerste Sittardse Geleendenaar geboren wordt. Het is echter niet alleen hilariteit wat de klok slaat. Een ontroerend moment is het eerbetoon aan Nico Jessen en Ed de Schwartz. Via de personages Geboorte en Dood komen de grote onderwerpen van het leven aan bod die het in een ‘riddertoernooi’ in bijzijn van Koning Leven tegen elkaar opnemen. Het is echter onmiskenbaar dat beide kemphanen een onmisbaar deel van het leven zijn.

De media is enthousiast over de Zittesje revuu. ‘Een spetterende show vol lekker humor’ kopt Dagblad De Limburger en voegt toe dat de ‘de Zittesje revuu een verbluffend staaltje van muziek, dans en sketch’ is. Complimenten zijn er voor Nicole en Sjef Schurgers die in de ‘Prois met de Mois’-sketch de zaal plat weten te spelen. Ook de muziek krijgt een dikke pluim: van de arrangementen van Jan Theelen en de Big band Beeg (‘die de sterren van de hemel spelen in de finale’) tot aan de optredens van de harmonie Sint Joseph en de Philharmonie. Zitterd Geleen brengt weer enkele prachtige revuunummers zoals het door Cyrille Niël gezongen nummer ‘Dao brent weier leich’, de ‘Doeveblues’ gebracht door Willem Delahaye of ‘Ein paar daag nog!’ van de destijds 13-jarige Dennis Nelissen. Ook de decorploeg zetten haar beste beentje weer voor met onder andere een metershoge wenteltrap hetgeen een sterk staaltje laswerk was. De pr-commissie richtte zich in de aanloop naar de voorstellingenreeks nadrukkelijker op de Sittardse jeugd. Er werd een wedstrijd uitgeschreven voor basisscholen met de opdracht om een mooi kunstwerk over het nieuwe ziekenhuis te maken. De prijsuitreiking vond plaats in de Stadsschouwburg en de jury kon geen winnaar aanwijzen. Zodoende mocht groep 5-6 van de Cantecleerschool en groep 8 van basisschool Munstergeleen op zondag 2 december naar een middagvoorstelling van “Zitterd-Gelaen lach dich krank” gaan. Kunstenaar Guus van Eck maakte ook voor deze revuu weer een bijzonder affiche. Het werd een uniek affiche waar voor de eerste keer in de historie van de Zittesje revuu een gebouw uit Geleen opstaat. De Grote kerk van Sittard en de Kluis uit Geleen flankeren het nieuwe, in aanbouw zijnde, ziekenhuis. Opvallend is wel dat de Grote kerk fier rechtop staat, terwijl de Kluis in een ziekenhuisbed ligt. Toeval of niet?

Met ‘Zitterd is it dit’ lijkt een nieuw revuu tijdperk aangebroken. Enerzijds vanwege het sterk vernieuwde bestuur, anderzijds vanwege het aantrekken van de regisseur Cees Rullens. Beide veranderingen leider ertoe dat er een kiem wordt gelegd voor een revuu die anders zal zijn dan voorgaande uitvoeringen. ‘Zitterd is it dit’ is een doorlopend verhaal geworden met telkens nieuwe scènes in verschillende wereldwaarmee de revuu steeds meer trekjes krijgt van een musical.

De gekozen titel ‘Zitterd is it dit’ is in alle opzichten een knipoog naar het grote, stedebouwkundige project in de gemeente met de naam ‘Zitterd revisited’. De tekstschrijvers hebben zich laten inspireren door dit project en door de mogelijkheid dat het water weer terug gaat komen in de grachten. Drama, herkenning, toekomstvisie en humor zijn de ingrediënten van een twee en een half uur durend spektakel met als hoogtepunt een metershoge boot die uit de coulissen zo de grote zaal van de schouwburg lijkt in te varen. Ook de Rialtobrug die door de decorploeg in alle stilte in slechts 34 seconden in elkaar gezet diende te worden, was een staaltje van vakmanschap.

Sjef Schurgers schreef meer dan een half jaar aan de teksten en wijzigde deze vervolgens nog tientallen keren aan. Gian Prince verzorgde samen met Robert Buckx, Cyrielle Niël en Thei Wessels wederom de muziek. Onder leiding van Jan van Daal werden prachtige muziekstukken afgeleverd waaronder het tranentrekkende ‘Adieu’ gezongen door Peter Schurkens en het hippere ‘Tuut euver de kopgang’.

De toeschouwers werden overspoeld door golven van muziek, een stortvloed aan spel, een veelkleurige zee van kostuums en een hoos aan decors. Precies zoals regisseur Cees Rullens het in zijn voorwoord in het programmaboekje omschreef.

‘Rempetempe’ betekent volgens het Sittards woordenboek ‘op een plezierige manier voor spektakel zorgen’. En dat lukte de spelers en technische crew onder leiding van regisseur Nicole Schurgers – Op den Kamp op een creatieve wijze. De revuu ging onder andere terug naar de eerste Sint Joep markt waar de nodige ‘rempetemp’ gemaakt werd, terwijl in de speelgoedwinkel van ‘Sjötjes’ de moderne tijd steeds meer om de hoek komt kijken. Bromtollen, tinnen soldaatjes en poppenkasten worden vervangen door computers en electronisch speelgoed. Ken en Barbie maakten tijdens deze scene hun opwachting waarbij gebruik gemaakt werd van een draaischijf met een doorsnede van bijna 12 meter als technisch hoogstandje. Bijzonder was ook de muzikale inbreng van 20-jarige Mieke Dijkstra. Nadat ze al twee keer eerder met het ballet Fame deelgenomen had aan de Zittesje revuu, stond ze tijdens Zittesje Rempetemp als solist op de bühne en vertolkte het nummer ‘Roxie oet de Roxie’. Enkele maanden eerder liet de Susterse haar veel belovende stem klinken tijdens de musical ‘Grease’ van Joop van den Ende die geregisseerd werd door niemand minder dan Barry Stevens.

Voor Harie Bronneberg, jarenlang actief als voorzitter van de Zittesje Revuu en Revuu-commissieleden Fernao Schmeits, Nico Jessen en Chris Maas was ‘Zittesje Rempetemp’ de laatste productie als bestuurslid. Mede dankzij hun jarenlange inzet groeide de Zittesje revuu uit tot een vaste waarde in het culturele leven van Sittard.

De revuu-familie was ten opzichte van de vorige revuu vrijwel ongewijzigd. Bijna 250 Sittardenaren dragen hun steentje bij aan deze productie die onder regie staat van Nicole op den Kamp. Zanger Rob Strijkers was met 12 jaar de jongste speler op de voet gevolgd door Karin ‘Roodkapje’ van Neer (13 jaar). Bijzonder waren ook de 70 exclusieve pruiken die Will in ’t Panhuis rechtstreeks uit Hollywood liet overkomen. Ook de maskers van de kattenscène, uitgezocht door grimeuse Sascha Jans, werden speciaal voor de Zittesje revuu in de Verenigde Staten besteld.

In het kader van de titel kreeg elke bezoeker die op zondag 6 september in de voorverkoop een kaartje kocht een glas champagne aangeboden. In twee uur tijd werden 1200 kaarten verkocht en na tien voorverkoopdagen stond de teller al op 3800 verkochten plaatsbewijzen. Voor de eerste keer was het geen Marotte-revuu, hoewel het carnavalsseizoen met ‘Zitterd Broesj’ wel geopend werd op vrijdag 13 november.

De media waren vol lof over de zes uitverkochte voorstellingen. De Maas en Mijn schreef: ‘Het Sittards revuegezelschap toont veel professionaliteit en streeft naar perfectie, maar heeft ook de moed te blijven zoeken naar nieuwe elementen en spitsvondigheden. Veel show en een spetterend spektakel met fonkelende massascenes, kleurrijk door de fraaie kostumering en soms sprookjesachtige decors’. Het Limburgse dagblad sprak van ‘een verbluffende show, Van den Ende en consorten waardig’.

Het publiek werd deelgenoot van de avonturen van schutterij ‘Sint Ambras’ en kreeg een humoristische inkijk in de gevangenis ‘de Geerhorst’. Zeer gewaardeerd werd ook de sketch over het gala-prinsebal en de strijd tussen Sittard en Geleen in de ‘Sjtein des Aansjtoots’. Enig minpuntje van de revue was de lengte van de voorstelling: vier uur inclusief pauze. Het was een heerlijke, maar een (te) lange zit.

De revuecommissie pakte de draad weer op en in 1995 stond er weer een Sittardse revue op de planken. Er heerste wel enige angst dat de onrust en de negatieve publiciteit over de voorgaande revue een negatieve uitwerking zou hebben op de nieuwe productie.

Als titel voor de revue werd gekozen voor ‘De perpluu wurt gerich’, verwijzend naar het eerste motto van de Marotte in 1882. Haarie Bronneberg wordt geïnstalleerd als nieuwe voorzitter, Chris Maas als secretaris en het duo Jules Hendriks en Fernao Schmeits behartigden de financiële en commerciële belangen.

Men ging voortvarend aan de slag, maar al snel bleek dat men niet uit de kosten zou komen. De totale begroting bedroeg 125.000 gulden en zelfs als alle zes de voorstellingen uitverkocht zouden zijn, resteerde er nog een tekort van 23.000 gulden. Dit tekort werd uiteindelijk door sponsorinkomsten gedekt.

Toine Mertens werd als regisseur aangetrokken, Carlo Edelhausen werd productieleider en Jan van Daal verzorgde wederom de muzikale zaken. Marc Webers maakt een prachtig logo dat gebruikt werd voor verschillende revue-uitingen zoals onder andere dasspelden, t-shirts en pins.

De repetities van deze Marotte revue vonden plaats in het klooster van de paters van Leyenbroek. Daar werden ook door de carnavalsbuurt ‘Sjteivig’ de decors gebouwd. Het ballet kwam voor de eerste keer van buiten de stadsgrenzen en werd verzorgd door ‘Fame Dance Studio’ uit Spaubeek. De teksten voor de revuu werden geschreven door Harie Bronneberg, Nico Jessen, Richard Schmeits en Sjef Schurgers.

De ‘Perpluu wurt gerich’ werd een groot succes. Han Brinkman schreef in het Limburgs Dagblad dat de revuu weer terug was van weggeweest. Enkele citaten uit de kranten waren: ‘Broadway-achtig spektakel amuseert jong en oud’ en ‘Glamour, schitterende decors, nostalgie en romatiek, dans en een vleugje ernst: dit zijn de gevarieerde elementen van de showachtige revue die afgelopen weekeinde in de Sittardse schouwburg in première ging’. Sjef Schurgers en zijn partner Nicole op den Kamp stalen de shouw door hun vertolkingen van Keizer Naopleon en Keizerin Josephine. Andere hoogtepunten waren de scènes over de ‘Gruuzesjtraot’, ‘Wèntjer oppe roejbaan’ en de ‘Waageboewesj in de optochhal’. Opvallend was verder dat meerdere acteurs zichzelf speelden. Zo speelde Ton van de Borst de rol van kastelein Ton van de Borst en kroop Henk Stessen in de rol van juryvoorzitter Henk Stessen.

Veel bewondering was er ook voor de muziek en zang onder leiding van Jan van Daal en Jan Theelen en uitgevoerd door onder andere het Revuujkoor, Trööt in de Gööt, het Revuuj-orkes, Anja Bovendeard, Math Niël, Thei Geilen, Lino Pani en Peter Schurkens.

Voorafgaand aan de revue van 1993 nam Jules Paques als voorzitter afscheid van de revuecommissie en werd opgevolgd door Jan Collombon. Jos Prop werd voor deze productie benoemd tot regisseur. De revuecommissie en de ‘Stichting 750 jaar stad Sittard’ kwamen met elkaar overeen om de revue in het teken van dit jubileum te stellen. Na de oplevering van het tekstboek, ging de regisseur dit echter stevig aanpassen, waardoor er spanning ontstond binnen de revuecommissie. Toch gingen de tekstschrijvers opnieuw aan de slag. Ook van dit tekstboek liet regisseur Jos Prop weinig over. Een grote meerderheid van de revuecommissie kon hier niet mee leven. Men vond de teksten en thema’s van de jubileumrevue niet ‘Zittesj’ genoeg, er zat te weinig humor in en de teksten waren soms ronduit kwetsend. De opdracht werd door de revuecommissie dan ook terug gegeven aan de ‘Stichting 750 jaar stad Sittard’. Zeven leden van de revuecommissie stonden achter deze beslissing. Vier leden, waaronder voorzitter Jan Collombon, volgden de plannen van Jos Prop. De lokale en regionale media hebben de onenigheid binnen de revuecommissie uitgebreid onder de aandacht gebracht. De ‘Werkgroep theater revuu van de Stichting Sittard 750 jaar stad’ nam de taak over van de revuecommissie. Regisseur Jos Prop koos voor 22 acteurs, waarvan verschillende spelers een dubbelrol hadden. Voorzitter en acteur Jan Collombon vertolkte maar liefst zeven personages. Tevens was er weer veel muziek, zang en ballet in de revue. De prachtige decors waren van Tjeu Stauder en de mooie muziek arrangementen waren onder andere geschreven door Hardy Mertens. Voor de pauze was Sittard een ‘Aards Paradies’, in het tweede gedeelte is ‘Zitterd d’n heemel op aerd’. De finale van deze revue is een ‘Ode aan Zitterd’.

De reacties op deze revue waren opnieuw verdeeld. Matheu Bemelmans, recensent van Het Limburgs Dagblad gaf de productie een magere voldoende. Zijn collega Peet Adams van Dagblad de Limburger vond de voorstelling ‘een aardige show, maar geen revue. Een spiegel van het leven, maar geen spiegel van Sittard’.

Op 10 november 1989 openen de Marotte het carnavalsseizoen met de revuu ‘Zittesje sjprègitse’. Wederom is de Stadsschouwburg in Sittard zes maal volledig uitverkocht. Voorafgaand aan de revuu is Zef Schurgers lid geworden van de revuucomissie en schrijft samen met Harie Bronneberg en Nico Jessen de teksten voor de revuu. Ed de Schwartz (regisseur), Jan de Kort (productieleider) en Jan van Daal (muzikaal leider) geven leiding aan het artistieke deel.

De ‘sjprègiste’ (gekke fratsen) van de bijna 300 acteurs werden in het algemeen positief gewaardeerd. De recensent van het Limburgs Dagblad was ontevreden over het niveau van de revuu en vond dat de ingezette vernieuwing niet ver genoeg ging. Ook mistte hij de maatschappijkritische elementen en kwalificeerde de revuu als ‘patronaatstoneel’.

Na de gebruikelijke ouverture werden er elf scenes op de bühne gebracht. Nostalgisch waren de scènes ‘Kirmes oppe Mert’, ‘Achteròm (Hel en Paradiessjtraot)’ en de ‘Femieje Peetesj’ (vier geslachten in een schilderij). Moderne taferelen speelden zich af tijdens de hippe ‘Punk-saen’ en het ‘Electronies orkes’ (Mit de Trööt in de Gööt). De finale speelde zich af op ‘Zitterd Airport’ waar bezoekers uit de hele wereld per vliegtuig aankwamen. Ook stapte er elke avond een bijzondere (geheime) gast uit het vliegtuig. Verdeeld over alle voorstellingen waren dat Arnold Vanderleyde, René van der Linden, Harry Ehlen met Gerard Kuppen, George Kessler, Chris Rutten, Ruud Hesp en Leo Horn.

Het revuevirus had Sittard inmiddels stevig gegrepen en in 1986 werd de ‘Kòmplemènte oet Zitterd’ op de bühne gebracht. Dezelfde succesformule als de voorgaande revues werd ook voor deze editie gehandhaafd: veel humor, Sittardse nostalgie, actuele ontwikkelingen, prachtige muziek, zag en ballet. De mooie decors en kostuums maakten het totaalplaatje compleet. Het budget van de revue werd geraamd op 45.000 gulden en de prijs van een entreekaartje bedroeg 16,50 gulde. Met bijna 5000 bezoekers waren de zes uitvoeringen in de schouwburg weer zo goed als uitverkocht.

‘De kòmplemènte doon’ betekent in het Sittards ‘iemand de groeten doen’ en daarom was het programmaboekje in de vorm van een ansichtkaart gemaakt. Ook de openingsscene speelde hierop in doordat de 244 spelers (en het paard van Math Sjtemkes) met PTT-kostuums en attributen op het toneel verschenen.

De media waren ruimhartig in hun kritieken en gaven de ‘complimenten voor de kòmplemènte’. Met name de spelers Ad Pfennings, Jan van Kempen, Fieny Cals, Chris Maas en Anja Bovendeaard kregen veel waardering. Het publiek genoot van onder andere scènes in het nudistenkamp, het bejaardenhuis De Baenje, de ‘Weltreis’, de ‘Prinsedruim’ en vooral de ‘Marottesirk’. Voor Keub en Nöl was het de laatste keer dat zij, op de voor hun zo karakteristieke wijze, de inleidingen van de verschillende sketches voor hun rekening namen.

Het succes van ‘Dao wo ich gebaore bèn’ smaakte naar meer. De revuecommissie begon dan ook meteen met de voorbereidingen voor een nieuwe productie. Sjuul Paques werd voorzitter en Jan Colombon en Jan de Kort traden toe tot het bestuur van de revuecommissie Op 11 november 1983 ging het doek weer open voor de première van het ‘Zittesj prèntebouk’. De in totaal zes voorstellingen waren in een mum van tijd uitverkocht. De namen van de tekstschrijvers, regisseur, productieleider, muzikale leider en medewerkers waren vrijwel hetzelfde als bij de eerste revue na de oorlog. Het inmiddels opgerichte ‘Revuukoor’ verzorgde de muzikale ondersteuning. Het publiek genoot met volle teugen van de verschillende sketches, muziek, zang en het ballet. Nostalgie was er in overvloed met het orgel van Club Wo Van, de bandkeramiekers in museum Den Tempel, de Sint Joep markt en een gouden bruiloft. Hartelijk gelachen werd er voor de ode aan Nou van de Bout (Pfennings), carnaval in het jaar 2011, de carnavalsolympiade en de romantische liedjes ‘Flupke’ en ‘In dien auge sjteit gesjreve’. De 247 medewerkers werden elke avond getrakteerd op een langdurig applaus na afloop van de voorstelling.

De Marotte-revuu kreeg de titel ‘Dao wo ich gebaore bèn’ en alle drie de voorstellingen in het toenmalige Cultureel Centrum (Schouwburg) waren uitverkocht. De recensies waren lovend en de kranten schreven over een ‘ongelooflijke Sittardse playbackshow, ‘een grandioos succes’ en ‘een indrukwekkend spektakel’. Er kwam een extra (vierde) voorstelling die binnen 30 minuten geheel uitverkocht was. Aan de revuu deden 243 medewerkers mee waaronder leden van het Limburgs Toneel, ’t Hermenieke, de Mande, de Kroenekraande, de Auw Prinse, ’t Krombroodrapenkommitte, de Sjtadsjoffere, de Dörpelmaeg, balletgroepen van de Sittardse muziekschool en de Marottekapel. De revuu bestond uit maar liefts 15 scènes. Natuurlijk was er veel aandacht voor de historische gebeurtenissen rondom de Marotte zoals de oprichting in 1981, het maskeradeverbod (1932) de fusie (1945) en het bezoek aan Paleis Soestdijk in 1953. Veel nostalgie en humor zat ook in de scènes over de Sittardse Markt anno 1880, de klokken van de grote kerk, de Sjtadssjool, de wal, de Kollenberg en de voetbalderby tussen de Sittardse Boys en VVS. Aandacht was er ook voor bekende Sittardenaren zoals Toon Hermans en Jochem Ehrens. De sketches werden op humoristische wijze aan elkaar gepraat door Keub (Fernao Schmeits) en Nöl (Nico Jessen). Indrukwekkend was de finale waar Peter Eijkenboom samen met het publiek ‘Zitterd Allein’ zong.